Meting van de intelligentie
De eerste pogingen om de intelligentie te meten werden al gedaan in de 19e eeuw, toen de intelligentie gemeten werd aan de hand van de grootte van de hersenen. Tegenwoorig gebruiken we andere methodes om het IQ te meten - intelligentietesten.
De eerste pogingen tot het meten van de intelligentie werden al in de 19e eeuw ondernomen, toen men het IQ mat aan de hand van de hersengrootte. Tegenwoordig gebruiken we andere methodes om het IQ te meten - intelligentietesten. Als eerste gebruikte Alfred Binet de meting van de intelligentie met behulp van testen. Deze testen waren bestemd voor kinderen. Vanaf die tijd werden de testen gemoderniseerd, aangepast en verder ontwikkeld tot de huidige vormen, waarbij het IQ zich laat testen voor alle leeftijdsgroeperingen.
Geteste gebieden
Tegenwoordig gebruiken we allerlei psychologische testen voor het meten van de intelligentie. Deze testen zijn opgesteld door specialisten in deźe problematiek en houden vooral rekening met de volgende gebieden: opmerkingsvermogen en visuele intelligentie, communicatievaardigheden en talige intelligentie, technische vaardigheden en praktische intelligentie, logisch denken en wiskundige intelligentie.
Complexe en gedeeltelijke testen
IQ-testen zijn complex en meten meerdere vaardigheden, en niet slechts het IQ (hiertoe behoren bijvoorbeeld: de analytische test, de test Army alfa en Army beta, de test van de intelligentiestructuur, de Wechslertesten, en andere), of gedeeltelijk. Dat betreft intelligentietesten die slechts het IQ meten, vooral de algemene intelligentie. (Hiertoe behoren de Dominotest, CF1, CF 2, CF 3, de UNESCO-test van progressive matrices en andere).
Delen van de IQ-test
Een IQ-test bestaat uit enkele verbale subtesten (hiertoe behoort bijvoorbeeld begrip, rekenkunde, gelijkenissen, woordenschat e.d.) en enkele prestatiesubtesten (bijvoorbeeld het voltooien van een afbeelding, de samenstelling van voorwerpen, het in de juiste volgorde zetten van afbeeldingen,...)
Nederland